Oscar zaagt bomen in Amazone om: ‘We kappen om te overleven’

Het is een puinhoop achter het houten huisje van ‘Oscar’. Overal liggen omgezaagde boomstammen en takken te verdorren. “Vorige week heb ik dit omgezaagd”, geeft de bejaarde rubbertapper toe. “Hier ga ik açaí-palmen planten. Ze zeggen dat dat meer oplevert dan vee. Binnenkort ga ik het schoon branden.”

Hier, midden in het Chico Mendes-reservaat in de Braziliaanse deelstaat Acre, lijkt het bos oneindig. Zelfs zonder dit kleine stukje groen is de Amazone onvoorstelbaar groot. De man naast me heet niet echt Oscar, dat is een naam die we hebben verzonnen om zijn identiteit enigszins verborgen te houden. Per slot van rekening is het omkappen van een beschermd stuk bos een misdaad.

Bekijk in de reportage hoe ‘Oscar’ probeert rond te komen:

Vorig jaar kreeg ‘Oscar’ een boete die hij nooit kan betalen. Hij en zijn zoon moeten omgerekend ruim 185.000 euro betalen voor het omkappen van andere stukken bos. Maar de mensen hier in het Chico Mendes-reservaat kunnen zich bijna geen voorstelling maken van zulke bedragen. “Ik ben arm”, zegt Oscar. “Als God me toch zo’n bedrag zou gunnen, dan ging ik meteen naar de dokter om mijn been te laten behandelen, en dan kon ik na jaren mijn familie weer eens opzoeken.”

Een dader

Oscar is een van de mensen die verantwoordelijk zijn voor het kappen van het grootste regenwoud op aarde. Een dader, zou je kunnen zeggen. Maar hier in de hitte van de Amazone is het moeilijk de aimabele man met z’n verweerde gezicht als crimineel te zien.

De nu 62-jarige Oscar heeft al de nodige beproevingen achter de rug. Lezen en schrijven kan hij nauwelijks: op z’n achtste begon hij als rubbertapper, zwaar werk midden in de jungle. “Soms zaten mijn armen onder de bijen, ik verrekte van de pijn. Maar stoppen, dat kon niet. Want dan zaten we zonder eten.” Hij kreeg tien kinderen, zes daarvan bouwden hun eigen houten huisje op het terrein hier middenin het reservaat. “Waar kunnen ze anders heen?”, verzucht de bejaarde rubbertapper.

Dit reservaat werd vernoemd naar een held van de Amazone: Chico Mendes, rubbertapper en milieuactivist. Eind jaren 80 werd hij vermoord, vlak daarna werd het bos waar Oscar toen al jaren in ploeterde, een reservaat. In dit natuurpark mogen mensen wonen, en je mag uit het bos halen wat er in zit zolang dat maar duurzaam gebeurt.

Te veel moeite voor te weinig geld

Extrativistas heten de mensen die in het bos werken, vrij vertaald zoiets als ‘verzamelaars’. Maar veel rubbertappers van weleer zijn overgestapt op kleinschalige veeteelt en landbouw. Oscar vertelt dat duurzaam rubbertappen niet genoeg opbrengt om van te leven. Voor paranoten krijg je nog wel iets, maar het is allemaal te onzeker, te veel moeite voor te weinig geld.

“We leven nu vooral van ons vee”, zegt hij. Zijn koeien zijn in geen velden of wegen te zien, zo groot is het gebied waar ze grazen. Was deze open vlakte tot voor kort nog oerwoud? Er lopen geiten en varkens rond op het erf. Voor veeteelt en landbouw heb je akkers nodig, en weilanden. Dat betekent ontbossing. Officieel mogen bewoners van het Chico Mendes-reservaat wat vee houden of rijst telen voor eigen gebruik, niet voor de verkoop.

Oscar ergert zich aan al die regels in het reservaat. “Als ik een varken wil verkopen, moet ik het eerst ongezien naar de stad zien te krijgen. Daar zoek je dan stiekem een slager die mee wil werken, en dan verstop je het vlees, alsof je een bandiet bent met z’n buit. Maar het is mijn eigen varken, en ik kan het geld goed gebruiken”, zegt hij verontwaardigd. De verkoop van varkens- of kippenvlees uit het reservaat is illegaal, dus ook hiervoor riskeert de oude rubbertapper een boete.

Ik woonde hier al

“Ik was hier eerst. Voordat het een reservaat werd, woonde ik al in dit bos. Ze hadden de regels moeten aanpassen aan ons, de bewoners. Niet andersom.” Naarmate de dag vordert, verzamelen zich steeds meer familieleden, tevens buren, op de veranda van zijn houten huisje. In zijn schommelstoel legt Oscar aan de bezoekende buitenlander uit hoe zwaar het leven hier is.

De onverharde weg waarover we zijn gereden, verandert in de regentijd in een modderpoel. Dan raken deze mensen geïsoleerd: ambulances kunnen er niet meer komen. Er is licht dankzij een zonnepaneeltje, en een satellietschotel verschaft vermaak. Maar internet of telefoon is er niet, en de overheid, die komt eigenlijk alleen om boetes uit te delen.

“Het enige dat de overheid ons ooit heeft gegeven”, beweert Oscar, “is een toilet.” Hij laat me een gebouwtje zien achter het huis, betegeld en met een heuse wc-pot. Een gravure bevestigt vol trots wat Oscar vertelt: dit was een overheidsproject.

Nooit een cent gezien

“Ze zeggen dat buitenlanders miljoenen hebben gegeven aan Brazilië om ontbossing tegen te gaan.” Oscar heeft het over Fundo Amazônia, het Amazonefonds. Noorwegen en Duitsland staken miljoenen in een Braziliaans fonds tegen ontbossing. Een maand geleden besloten beide landen daarmee te stoppen vanwege het tekortschietende milieubeleid van president Bolsonaro.

“Wij hebben nooit een cent uit Noorwegen of Duitsland gezien”, benadrukt Oscar. “Dat geld gaat naar satellieten die ons in de gaten houden, hoog boven het bos. Maar satellieten kunnen de kettingzaag niet stoppen”, zegt hij. “Want we kappen om te overleven.”

Bron: NOS.nl
Klik op de afbeelding voor het originele artikel op nos.nl

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Free Web Hosting